Bestel het magazine van onderstaand artikel
Naam Magazine
Adres Ja, ik bestel deze editie van het NLstreets magazine voor €3,25 per stuk. Ik machtig hierbij NLstreets het bedrag af te schrijven van mijn
bank- of girorekening.
Postcode
Woonplaats
Email
Rek.Nr
Go shop virtual
Choose a city
Awards 2009! NLstreets Card! Discounts & offers Newsblog Magazine Traveltips
Tell a friend
Bookmark      Rss Rss
Terug naar overzicht Emilio Kruithof

‘Het licht in Den Haag is licht, dat valt me altijd op als ik ergens anders geweest ben. Niet dat ik dat licht nodig heb om te schilderen, ik werk vaak bij het licht van tl-buizen. Maar het kleurt alles wat je om je heen ziet helderder. Dat werkt inspirerend. De frisse lucht komt natuurlijk door de nabijheid van de zee, wat in meer opzichten een groot voordeel is. Stel je voor, ik ben op de fiets in 10 minuten op het strand! Heerlijk. Uitwaaien. Rust. Licht.’

‘Ik werk vaak ’s nachts door, heb aan vier uur slaap genoeg. Ben eigenlijk altijd met mijn werk bezig. Ook als ik niet schilder, schilder ik. Daarbij ben ik erg individualistisch ingesteld, en dat kán hier ook. Den Haag is zo anders dan bijvoorbeeld Amsterdam. Je hebt hier niet zoveel van die ‘scenes’, waar je als kunstenaar bij moet horen. Hier doen mensen meer hun eigen ding. Hoeveel bekende popgroepen kwamen er niet uit Den Haag in de zestiger en zeventiger jaren? Golden Earring, Motions, Q65, enzovoort. Kom daar in Amsterdam eens om. Misschien heeft het ook wel te maken met het feit dat het Westland dichtbij is. Daar is altijd werk. Ook ik heb tijdens mijn studie tomaten staan plukken. Ik wil maar zeggen, hier kun je makkelijk aan geld komen. Gelukkig kan ik nu prima leven van de opbrengst van mijn schilderijen.’
Emilio Kruithof – ‘het is eigenlijk Emiel, maar Emilio heeft iets en iedereen spelt het tenminste goed’ – praat net zo gedreven als hij schildert. Dat voel je, dat zie je: zijn woon-werketage ademt de sfeer van hard werken.

Hoor ik Neil Young?
‘Zuma. Draai ik de laatste tijd weer. Qua muziek ben ik een allesvreter. Bach, Schubert, Richard Strauss, Verdi, Led Zeppelin, U2, noem maar op. Natuurlijk heb ik wel mijn voorkeuren, maar hogere en lagere kunst? Onzin. Ik denk niet in hokjes en beland er ook zelf niet graag in. Ik mocht al vroeg alles mooi vinden van mezelf. Dat is heel bevrijdend.’

Wanneer wist je dat je wilde schilderen?
‘Voordat ik naar de HEAO en daarna naar de academie ging, heb ik een MTS-opleiding gevolgd. Ik heb auto´s gespoten, stage gelopen op een laboratorium en gewoon schilderwerk gedaan. Zo heb ik de nodige materiaalkennis opgedaan. Kleuren mengen, weten wat verf doet. Het mooie van een deur verven is dat je je volledig op het verven kunt concentreren. Een deur is een deur, het hoeft niets meer te wórden. Iemand die mij aan het werk zag, zei: jij zou eens moeten proberen om die verf op een doek te smeren. Dat bleef me bij, misschien ligt daar wel de kiem. Renaissance-schilders begonnen ook met het leren van de techniek, heel ambachtelijk. Later, toen ik op de academie kwam, ging het vooral om concept en inhoud. Techniek leer je er niet. Dat is ook wel te zien aan het werk van veel mensen die van de academie komen.’

Maar op een gegeven moment wist je ‘ik ga schilderen’?
‘Mijn toenmalige vriendin schilderde. We spraken af dat zij zich aan de kunst zou wijden en dat ik voor zekerheid zou zorgen. Maar toen de relatie voorbij was, besloot ik mijn hart te volgen. Ik stopte met de HEAO en ben gelijk de dingen gaan doen die ik wilde. Sindsdien heb ik het altijd moeilijk gehad met relaties, omdat ik eigenlijk continu met mijn werk bezig ben. Te vaak. Voor de ander is dat heel frustrerend. Bovendien vind ik relaties vooral in het begin spannend, en schilderen, tja, dat blijft spannend. Dat gaat nooit voorbij. Daarbij had ik het geluk dat mijn ouders me stimuleerden om te gaan schilderen. Ik

   
6 "Ik vind het niet erg om te balanceren op de grens tussen kunst en kitsch."
   
ben opgegroeid in Monster, mijn ouders waren tamelijk streng in de leer, Nederlands Hervormd. Mijn vader had ooit een creatief beroep, maar koos voor zekerheid toen mijn broer en ik eraan kwamen en ging bij het onderwijs, waar hij in diverse bestuursfuncties actief is geweest. Daar heeft hij geen spijt van gehad, maar hij raadde mij aan toch vooral mijn dromen te volgen. Ik ging naar de Sint-Joost Academie in Breda, een van de betere kunstacademies. Daar ging het niet bepaald vanzelf, ben een paar keer naar huis gestuurd. Als model zat er een keer een ex-gedetineerde, zo’n getatoeëerd type, die dan met zo’n foute blik naar vrouwen keek. Niets voor mij. Uit protest maakte ik er dan heel iets anders van.’

Wat?
‘Een auto. Ik schetste gewoon een auto. Uit protest. Beetje kinderachtig. Daar-na werd ik de kant op gestuurd van conceptualisme, het ab-stracte werk. Veel kleur-vlakken, diagonalen, dat werk. Al met al heb ik best veel gehad aan die academie. Het heeft me geholpen om het hoofd koel te houden als ik werk.
Zowel tijdens de eerste fase van een schilderij, wanneer ik alles nog in de hand heb, als in de laatste fase, waarin het koorddansen wordt. Dan doe ik dingen die niet meer terug te draaien zijn, waar het schilderij mee staat of valt.’

Je schildert uitsluitend vrouwen?
‘Ja. Ik houd ervan om vrouwen hun onschuld terug te geven en hun absolute schoonheid vast te leggen. Ook al zijn er eindeloos veel vrouwen geschilderd, ik heb de arrogantie dat ik daar nog veel aan kan toevoegen. Ik wil graag excelleren, één ding goed doen. Dat is niets nieuws. Een Amerikaan als Ad Reinhardt was 20 jaar lang uitsluitend met zwarte abstracten in de weer. Ik vind dat absoluut legitiem. Ik heb er geen enkele moeite om de rest van mijn leven vrouwen te schilderen. Ik doe aan aikido, ook daarbij gaat het om het perfectioneren van basisbewegingen.
‘Je doet eigenlijk altijd hetzelfde,’ hoor ik soms. Ik vind dat een oppervlakkige constatering. Japanners zijn soms jarenlang bezig om een kalligrafisch teken perfect te beheersen. Schilders die de verf op het doek smijten, sloppy painting, dat is niets voor mij. Een praktisch voordeel van mijn keuze voor één thema is dat ik me ook niet af hoef te vragen wat zal ik nu eens schilderen? Vrouwen intrigeren me. Wie niet? Hoeveel rocksongs gaan niet over vrouwen? Daar hebben we allemaal affiniteit mee. Femme Fatale van de Velvet Underground is een van mooiste stukken muziek die ik ken. Ik ken bijvoorbeeld niet één lied dat over een schaal met fruit gaat.’

Hoelang duurde het voordat je je draai, je stijl vond?
‘Toen ik net van de academie kwam, dacht ik dat mijn werk moest shockeren. Kunst moet shockeren, toch? Heb zelfs een keer een aanvaring gehad met de zedenpolitie, omdat mijn werk aanstootgevend zou zijn. Ik schilderde bijvoorbeeld een meisje met een Hema-worst in haar mond, alleen zag je niet dat het een worst was. Of een etalagepop die zich liet likken door een poes. Pussy meets pussy. Maar al snel kwam ik er achter: shockeren is niets voor mij. Kijk, ik schilder vaak ‘gevallen vrouwen’ maar op een manier waarmee ik ze hun onschuld teruggeef. Opengesperde geslachtsdelen en dergelijke, vind ik totaal oninteressant. Ik maak ze liever weer kuis. Ik ben ook al snel gestopt met origineel willen zijn. Het werd me te bedacht allemaal. Ik hield toen nog te veel rekening met de reacties die mijn werk bij anderen zou oproepen. Daar heb ik gelukkig geen last meer van.’

De kritiek is soms dat je werk een hoog decoratief gehalte heeft
‘Ik vind het niet erg om te balanceren op de grens tussen kunst en kitsch. Er zijn mensen die vinden dat ik naar kitsch neig, so what? Kunst met een hoog decoratief gehalte?

   
6 "Het atelier"
   
Dat kun je ook zeggen van het werk van Gustav Klimt. Of van Tamara de Lempicka, nog zo’n hele grote. Het betekent dat ze het goed doen aan de muur, maar daar zijn schilderijen toch voor? Laatste kocht Jaap Polak een schilderij van mij, ja, die van kunst en kitsch van de AVRO. Dat is toch best een gezaghebbende kunstkenner. Die verzekerde me dat ik aan de goede kant van de streep zit. Zie je, ik probeer me zo min mogelijk van kritiek aan te trekken, maar aan de andere kant vind je het dan toch buitengewoon prettig als zo iemand dat zegt. Ook al omdat ik niet echt ergens bij hoor, bij een bepaalde groep of zo, en ik geen zin heb om concessies te doen. Ik heb nog wel de neiging defensief te worden, maar ik sla liever terug door nog harder te werken.’

Werk je met modellen?
‘Nee. Ik haal mijn inspiratie van de straat, maar ook uit tijdschriften, of van internet. Of uit smeuïge blaadjes. Krijg veel aanbiedingen om mensen te portretteren, maar dat doe ik niet. Ik geef mijn vrouwen zelf graag een karakter. Het moet in het schilderij zelf zitten.’

En als je iemand op straat ziet, en je denkt ‘Oei’?
‘Dan probeer ik die liever te versieren dan te schilderen. Of ik denk: word jij maar lekker ongeschilderd oud. Ik schilder ook uit een soort bezitsdrang. Uit frustratie. Possession-obsession noem ik het wel eens. Ik kan de mooie vrouwen die ik schilder niet bezitten, maar ik kom zo wel héél dicht bij ze. Die frustratie, het feit dat je iemand niet kunt bezitten, gebruik ik in dienst van mijn talent. Op hele vroege grottekeningen, zoals in Altamira, zie je dat mensen de dieren waarop ze jaagden afbeeldden. Op die manier maak je je je prooi al een beetje eigen. Zoals zoveel ondernemingen beginnen met het maken van een schets. Dan heb je het tenminste niet meer alleen in je hoofd. Vaak krijgen die vrouwen op mijn schilderij iets archetypisch, mannen zien er soms hun vrouw in. Of de door hun gedroomde versie.’

Werk je lang aan een schilderij?
‘Het ene doek is in een paar uur of een paar dagen klaar, over een ander kan ik een jaar doen. Het kan lang duren voor ik weet wat een doek nodig heeft. Wat er ontbreekt. Ik werk aan meer doeken tegelijk. Dat verlaagt de druk: dan kunnen er verschillende mislukken, als er maar één lukt. Bovendien leer ik van doeken die niet lukken. Ik werk als een simultaan schaker, die hoeft ook niet alle partijen te winnen.’

Mislukken er vaak doeken?
‘Bijna dagelijks. Dan snijd ik het doek eruit, bewaar het raam en begin opnieuw. In het stadium waarin ik nu zit, mogen er gewoon geen mindere doeken tussen zitten.
Ik heb een heel simpel criterium: het werkt of het werkt niet. Het kan van kleur, van compositie helemaal goed zijn, maar als ik er niet een beetje verliefd op word, houdt het op. Dan moet het gewoon weg. In een enkel geval gun ik ze een tweede leven, dan werk ik er na een tijdje weer aan, maar meestal hak ik gelijk de knoop door.’

Hoe bepaal je de prijs?
‘Aan de hand van de grootte. Net als bij een stuk grond. Nattevingerwerk, daar houd ik niet van. Ik ga evenmin uit van de tijd die het me gekost heeft. Om een idee te geven, de prijs beweegt zich tussen 3.000 en de 11.000 Euro.’

Blijf je je hele leven schilderen?
‘Als het aan mij ligt wel! Het is ook verslavend. Ik houd van hard werken. Schilderen geeft me een ongelofelijke bevrediging. Maar het is wel zo dat, terwijl overal in de wereld de meest verschrikkelijke dingen gebeuren, jij als schilder in je eigen werkelijkheid zit. Je eigen wereld. Dat is een zegen, maar het heeft ook iets decadents.’

   
6 "Detail"
   
 
 
© NLstreets | Sitemap