Bestel het magazine van onderstaand artikel
Naam Magazine
Adres Ja, ik bestel deze editie van het NLstreets magazine voor €3,25 per stuk. Ik machtig hierbij NLstreets het bedrag af te schrijven van mijn
bank- of girorekening.
Postcode
Woonplaats
Email
Rek.Nr
Go shop virtual
Choose a city
Awards 2009! NLstreets Card! Discounts & offers Newsblog Magazine Traveltips
Tell a friend
Bookmark      Rss Rss
Terug naar overzicht Simone Ambrosin

Ik spreek Simone Ambrosin waar je een kok eigenlijk altijd zou moeten spreken: in zijn eigen keuken, thuis. Simone is een Italiaan die inmiddels al weer langer in Nederland heeft gewoond dan in de streek waar hij is opgegroeid, het Lido di Jesolo bij Venetië. Zijn herkomst is echter nog steeds duidelijk aanwezig in zijn stijl van leven en koken. Hij zal me vertellen over de boottochten met z’n vader op de lagune van Venetië, de boerderij van opa waar hij zelf salami leerde maken en natuurlijk de vele toeristen die iedere zomer het familiepension bezochten. En dat alles terwijl de bouillon voor de risotto staat te pruttelen en de polenta op de grill ligt, wat een mooie middag bij Simone thuis.

Simone Ambrosin heeft in Amsterdam bij bijna alle goede Italiaanse restaurants gewerkt, van Toscanini aan de Lindengracht, tot Il Piacere op de Kloveniersburgwal. Inmiddels is hij echter vooral de man (samen met zijn partner Adriano Paolini) van het succesvolle Segugio in de Utrechtsestraat. Culi-goeroe Johannes van Dam beschreef het als ‘oh, oh, wat lekker’ en reserveren is een absolute noodzaak. Toch is nu ook daar een einde aan gekomen. Simone beschrijft het vak van kok als een nomadenbestaan, van Italië via Oostenrijk naar Londen en ten slotte Amsterdam, van Toscanini via D’Antica en Il Piacere naar Segugio, ziet hij nu uit naar een nieuwe fase. Hij is vader geworden, wil meer rust en straks koken voor zijn gasten als waren het vrienden. Zittend aan lange houten tafels zullen zij genieten van simpelere gerechten.

Italiaanse bagage
Het enige echte geheim van Ambrosins succes is zijn jeugd in Italië. Zijn recepten mag iedereen namelijk weten. ‘In de keuken heb ik geen geheimen, ik ontwikkel me constant,’ zegt hij. Na zijn geboorte vlak boven Venetië op het vaste land, groeide Simone, zoals gezegd, op in Lido di Jesolo bij Venetië. De Lido’s, de eilandjes in de lagune van Venetië, zijn beroemd als badplaats voor Italianen en toeristen. Maar er hangt ook een mysterieuze sfeer, vooral in de lange winters, als de badgasten vertrokken zijn, de hotels ongeopend en de meeste luiken gesloten. Bovendien is de enige verbinding met het vaste land van Italië, of met de grachten van de stad Venetië, via de vaporetto (het Italiaanse openbaar vervoer per water), de watertaxi of het eigen bootje van de familie. Het is op die bijzondere, geïsoleerde plek in het pension van het gezin, waar Simone Ambrosin van de vrouwen in zijn familie leerde koken. ‘Mijn moeder stond dan achter me om alles te controleren, altijd kreeg ik wel kritiek.’ Hij begon dan ook zeker niet direct met koken. ‘Eerst moest ik de fl essen bijvullen, de wijnen sorteren, meekijken met oma en mama, hoe zij het deden.’ De weekends bij zijn grootvader op de boerderij waren ook bijzonder. Ze hadden kippen en varkens. ‘Daar leerde ik het leven van het land.’

   
33 "Ik was vijf en kreeg een langoustine, zo rauw uit het water. Krak, pof en eten."
   
> Het eten stelde echt iets voor. De familie kwam ’s middag en ’s avonds bij elkaar voor dat gezamenlijke moment, het simpele eten, een pasta met producten uit de streek, zelf verbouwd en vaak ook zelf geslacht. ‘Dat lijkt in Nederland soms te ontbreken, het besef dat vlees niet uit een plastic bakje komt, maar van een dier dat heeft geleefd.’ Ook voor zijn gasten in de restaurants gebruikt hij alleen maar de beste verse producten: Parmezaanse kaas van zogenaamde vaca rossa (rode koeien) uit Emilia-Romagna, veel vis en vaak de klassieke Venetiaanse gerechten zoals Baccala (stokvis) en Fegato alla Veneziana (kalfslever). Die Italiaanse bagage draagt hij dus nog altijd met zich mee. Toch brachten de stille winters op het Lido hem er uiteindelijk toe te vertrekken.

Van schaamte naar sterrendom
Hij kan het zich nog goed herinneren hoe hij als achttienjarige in Amsterdam werd ontvangen als kok. ‘Toen ik hier kwam in de jaren tachtig kende men alleen maar pizza, lasagne en spaghetti bolognese. Als ik trots vertelde dat ik kok was, dan was het: ‘Horeca, hóreca?’ Je moest je eigenlijk schamen dat je kok was. Het was zeker niet de gelukkigste periode van mijn leven. In Italië zijn de mensen trots op hun baan als kok of in de bediening. Het is daar een echt beroep. Hier was het toch een beetje een bijbaantje.’ Het contrast met de huidige tijd kan’ eigenlijk niet groter zijn. Toen hij in 2000 in Londen terechtkwam werd hij plotseling behandeld als star. ‘De rijkdom was toegenomen. Ik werd ingehuurd door adellijke families om te koken voor feesten tijdens het jachtseizoen. Daarnaast zijn de mensen avontuurlijker gaan eten’, beschrijft hij. ‘Toch laten ze de fegato vaak liggen. Terwijl je juist de bijzonder gerechten moet leren eten.’ Als voorbeeld vertelt hij hoe hij met vader zijn eerste rauwe langoustine at, ‘ik was vijf, op de lagune met mijn vader, in ons bootje. Ik kreeg een langoustine, zo rauw uit het water, “krak”, “pof” en eten. Ik wilde niet, maar mijn vader zei eet maar en je zult het nooit vergeten. Hij heeft gelijk gekregen! De lagune is nu helaas te vervuild, veel vis vind je er niet meer.’

Amsterdam en Venetië
De ontwikkeling van een echte eetcultuur merkt hij ook aan zijn Neder landse collega’s. ‘Vroeger stond je in de keuken met alleen maar buitenlanders, Italianen, terwijl op het laatst bij Segugio ik de enige Italiaan in de keuken was te midden van de Nederlanders.’ Overigens maakt dat het niet altijd makkelijker vertelt hij. ‘In mijn jeugd, als mijn vader wat zei, dan was dat wat er gebeurde. Daar discussieerde je niet over. Dat gold ook voor de chef in het restaurant, mijn oma. In Nederland is dat echt anders. Het is altijd ‘ik mag het toch vragen’, ‘ik mag het toch zeggen’, ‘maar, maa

   
33 "#"
   
r’ een andere houding.’ Ook die houding is hij inmiddels gaan waarderen, net zoals hij echt van Amsterdam houdt, ‘Londen is alleen maar fashion.’ Venetianen en Amsterdammers hebben volgens Ambrosin wel wat met elkaar gemeen en dan niet alleen de grachten. ‘We zijn beiden trots op onze steden, Venetianen helemaal, bijna arrogant. Ze weten dat ze in de mooiste stad ter wereld wonen, een vroegere onafhankelijke republiek, waarvoor mensen uit de hele wereld komen om de schoonheid te bezichtigen. Venetianen zijn ook echte handelaren, net als Amsterdammers.’

Een nieuwe zomer
In zijn nieuwe restaurant wil hij straks nog veel meer de Italiaanse manier van samen eten en samen zijn naar voren laten komen: ‘Inderdaad, houten tafels, simpele gerechten.’ Hoe groot de nieuwe zaak moet gaan worden, daar is hij nog niet over uit. Het leven van een kok, en vooral dat van Simone Ambrosin, lijkt op dat van een nomade. Het kenmerkt zich door onrust. Vandaar ook dat hij nu even een stap terug wil doen, om daarna weer verder te gaan. Het ritme van de drukke zomers afgewisseld met de stille winters uit zijn jeugd, lijkt hem gegrepen te hebben. Er komt telkens weer een nieuwe zomer, een nieuwe uitdaging. De naam Segugio was ook niet zomaar gekozen. Het betekent speurhond of rechercheur. De Segugio is de hond die in de Piëmonte naar truffels zoekt. Ook de kok Ambrosin blijft zoeken: ‘Wat ik vroeger heerlijk vond, smaakt me nu heel anders, het is een ontwikkeling.’

Godenspijs
Eindelijk! We gaan eten, de risotto heeft hij klaargemaakt met inktvisinkt, maar ook de beroemde Baccala en de Polenta worden neergezet. Praten over eten en Italië is mooi, proeven is beter. Ik vraag of er boter of room door de Baccala zit. Nou nee dus. ‘Ik gebruik absoluut geen room. Vroeger was het in Nederland: zalm en room, en alles is lekker. Op die manier kook ik niet!’, zegt hij beslist. Lekker is het in ieder geval wel. De risotto is stevig en gemaakt van Riso Superfi no Carnaroli uit de Veneto, de enige rijst die Simone geschikt acht voor zijn risotto. Zijn moeder woont nog steeds op het Lido. Soms als hij langsgaat, gaat hij weer met een bootje vissen in de lagune. Kritiek krijgt hij niet meer. Zijn ouders zijn trots en vinden zijn succes fantastisch. ‘Mijn vader heeft nog gestuukt in Segugio, Stucco Antico Veneziana. Je moet het stuk vijf keer aanbrengen met een spatel, heel dun, maar de glans die je krijgt is prachtig, bijzonder.’ In Venetië is blijkbaar zelfs het stukwerk prachtig. Ook bij hem thuis glanzen de muren inderdaad zoals ik nog nooit heb gezien. De sfeer van het Lido di Jesolo, van Venetië en van Simone Ambrosin klopt. In maart is hij gestopt bij Segugio en hij is inmiddels volop bezig met zijn nieuwe zaak. Ik kan niet wachten tot deze opengaat. Waarom niet als naam “Ambrosin”? Dat is immers de spijs van de goden.

Useful links
De Pers (.pdf) | get acrobat readerget Acrobat Reader
- Amsterdam Historisch Museum
- Amsterdam.nl
- Artis
- At The Movies
- Breaks and Butlers
- Caribbean Brass
> meer
- De Pers 2009-07-09   - De Pers 2009-05-14   
- De Pers 2009-05-07   - De Pers 2009-03-19   
- De Pers 2009-02-12   - De Pers 2009-01-29   
- De Pers 2008-10-30   - De Pers 2008-10-16   
- De Pers 2008-10-02   - De Pers 2008-09-04   
- De Pers 2008-07-12   - De Pers 2008-07-05   
> meer
   
© NLstreets | Sitemap