Bestel het magazine van onderstaand artikel
Naam Magazine
Adres Ja, ik bestel deze editie van het NLstreets magazine voor €3,25 per stuk. Ik machtig hierbij NLstreets het bedrag af te schrijven van mijn
bank- of girorekening.
Postcode
Woonplaats
Email
Rek.Nr
Go shop virtual
Choose a city
Awards 2009! NLstreets Card! Discounts & offers Newsblog Magazine Traveltips
Tell a friend
Bookmark      Rss Rss
Terug naar overzicht De Utrechtsestraat door Oek de Jong

De bekende winkelstraten van Amsterdam trekken mij niet in het minst. Ik begrijp niet dat iemand daar vrijwillig naartoe gaat. In de P.C. Hooft met zijn patserige publiek en dure modezaken loop ik na een half uur al te gapen van verveling. In de Kalverstraat word ik algauw neerslachtig door de geest van de kudde die er oppermachtig is, door de teringherrie die overal uit de grote en anonieme winkels stroomt, door al die monden waarin fastfood wordt gepropt, dat wezenloze gelebber aan soft ice.

Er zijn trouwens maar weinig winkelstraten waar ik graag kom. Zo’n straat is de Utrechtsestraat, die lange en nauwe straat tussen Rembrandtplein en Frederiksplein. Hij kruist de drie hoofdgrachten en voert dus over drie bruggen. Godzijdank is de straat niet omgetoverd in een ‘voetgangersparadijs’ met de voorspelbare bestrating, de voorspelbare inloopzaken en de voorspelbare pizzeria’s, snackbars en falafeltenten. Paradijzen zijn altijd saai, het voetgangersparadijs bewijst dat nog eens. Nee, de Utrechtsestraat is nog een echte straat. De tram wringt er zich doorheen, geflankeerd door auto’s en fietsers. De bruggen geven de straat een aangenaam ritme, van nauw naar wijd, wijd naar nauw, om de honderd meter zie je bomen en water. De toch wel enigszins majestueuze Amstel is vlakbij en ook het Amstelveld met zijn witte houten kerkgebouw en haast dorpse rust onder de vleugelnootbomen.

Met gemak zou ik een zaterdagmiddag in de Utrechtsestraat kunnen doorbrengen. Ik zou beginnen met een koffie in Café Krom (stijl 1920), omdat de obers er zo vriendelijk zijn en het publiek aangenaam. Vandaar gaat het dan naar Concerto. Toen ik er dertig jaar geleden voor het eerst kwam, was het een zaakje met alleen tweedehands platen, waar in de middagpauze of na kantoortijd steevast een paar triest aandoende mannen verschenen, verzamelaars, op zoek naar die ene opname, die ene buitenkans. Ook kwam daar wie maar weinig geld had. Urenlang heb ik er met een koptelefoon op mijn hoofd naar muziek geluisterd, de halve muziekgeschiedenis heb ik daar geabsorbeerd. Soms zag het er blauw van de rook. Naast de draaitafels stonden asbakken vol peuken. Nu is het een grote zaak met cd’s op elk gebied, maar hij is lekker gewoon en rommelig gebleven. Ik breng er anderhalf uur door, kom met drie uur muziek naar buiten en loop naar de brug over de Herengracht om mijn aankopen te vieren met een haring. Ze hebben er ook een borrel bij. Die neem ik dus ook. Omdat ik dit allemaal maar verzin, laat ik nu de zon verschijnen en zie ik aan het eind van de gracht, boven de Amstel, dikke witte wolken. De wind woelt in de boomkruinen. De haring glijdt naar binnen. De oude jenever bijt lekker in mijn gehemelte.

Al weken heb ik zin in nieuwe schoenen. Op weg dus over het smal trottoir naar Zwartjes.

   
7 "Hoek Kerkstraat"
   
Ik kom langs die killig ogende zaak waar al sinds jaar en dag weegschalen, kassa’s en vleessnijmachines worden verkocht. Kijk, zoiets vind je niet in de P.C Hooft. Ik kom ook mensen tegen die je hier vaak ziet: Youp van ‘t Hek met wapperende jaspanden, en dan die zomer en winter slechts in string geklede homo, die zich op skates door de stad pleegt te bewegen. Bij Zwartjes verkoopt men schoenen sedert 1885. Er staat een keur van handgemaakte Engelse schoenen in de etalage. Daar kom ik voor. Geen muziek in de zaak. Welk een zegen! Personeel dat verstand van zaken heeft. Hoe ongebruikelijk! Je mag in een stoel gaan zitten, krijgt de schoen aangetrokken en voelt je even een heer van stand. Een kwartier later sta ik buiten op een paar halfhoge, cognackleurige, kalfslederen schoenen van Crocket & Jones en denk ik plotseling aan een paar schoenen van de verderop gevestigde Fred de la Bretonnière, stevige schoenen die ik totaal versleet en tenslotte met enige woorden van dank bij Sicilië in zee heb gegooid.

Op koopdrift geraakt ga ik binnen bij Kom Aardewerk. Het is een mooie zaak met Jugendstil wenteltrap en een oud comptoir achterin, vol met het prachtigste aardewerk uit Italië, Portugal, Engeland en elders. Voor de derde keer koop ik die grote, van kleuren warm gloeiende schaal uit Apulië om cadeau te geven. Ik neem er een van de tuinboeketten bij die op zaterdag worden verkocht, bloemen zoals je ze op schilderijen van de oude meesters ziet. Omdat de schaal zwaar is en het boeket fragiel laat ik ze voorlopig in de winkel achter. Ik koop een krant bij boekhandel Zwart op wit en laat mijn oog over de uitgestalde nieuwe boeken glijden. Met de aloude boekhandel Veenstra (helaas onherstelbaar verbeterd) geeft Zwart op wit de Utrechtsestraat ook enig intellectueel cachet.

Met de krant naar Café Oosterling, een van de oudste en mooiste kroegen van de stad, op de hoek met het Frederiksplein. Ik lees mijn krant en kijk wat om me heen. Het geroezemoes in de kroeg, vermengd met de verkeersgeluiden van buiten, klinkt me als muziek in de oren. Na twee biertjes verlaat ik Oosterling, een lichte loomheid in mijn benen, en loop weer in de richting van het Rembrandtplein. Ik passeer Pata Negra, het tapas-restaurant waar ik altijd lamskoteletjes bestel, maar ook wel gefrituurde inktvis en ook wel blaadjes witlof met roquefort en een druppel olijfolie, en geniet van de snelle bediening, gul ingeschonken wijn en harde flamencomuziek - soms is kabaal aangenaam, maar dan moet er wijn bij, lekker eten en zweten.

Ik passeer À la carte, waar ik mijn kaarten en reisgidsen koop. Aan de overkant, op de hoek met de Kerkstraat, verschijnt Look Out, die zich kan beroemen op het mooiste antieke winkelinteri

   
7 "Hoek Prinsengracht"
   
eur van de straat en ook nog eens op de mooiste antieke pui. Ik verzin nu dat ik in de etalage dat prachtige overhemd zie, lichtblauw met een wit streepje, dat ik onlangs elders heb gekocht, dat ik de straat oversteek, beneveld door hebzucht en gehaast, bang dat een ander er ook net zijn oog op heeft laten vallen. Weten dat je iets mooi vind, weet je zonder nadenken en je weet het altijd onmiddellijk. Helemaal goed, dat shirt. Vijf minuten later heb ik het. De beste dingen koop je in het voorbijgaan.

Nu wil ik alleen nog wijn kopen, een mooie donkerrode met veel ‘hout’ erin. Maar wijnhandel Woorts is weg! Dat donkere hol met vaten wijn langs de muur en proefglaasjes op een tafel. Omdat Woorts er niet meer is, ga ik binnen bij Fred de Leeuw, de mooiste en beste slagerij van de stad. Alles glanst en straalt er. Het genot dat Woorts me had moeten bieden, vind ik nu hier. De uitstalling van vlees en vleeswaren is formidabel, vol lust en weelde, en herinnert aan die enorme vleesschilderijen in het Rijksmuseum. De winkel hangt vol met hammen en worsten. Het beste van het beste. Natuurlijk, het trekt ook patsers aan die net in de P.C. Hooft bij Armani en Gucci zijn geweest en zich nu nog even te buiten gaan aan patés, truffels en entrecotes. Maar het is het beste van het beste. Wie doet dat nog, wie stelt daar nog een eer in? Terwijl ik me sta te vergapen aan vleeskunst, gaat er een telefoon. Het is de mijne.

Ik zie haar bij Krom, waar het tegen borreltijd volloopt. Zij heeft net nog even die sprookjesachtige Marokkaanse lamp gekocht bij Zenza, voor bij ons bed, en laat hem zien door een spleetje in het papier. We besluiten te gaan eten bij Sluizer. Niet in het chique en sfeervolle Tempo Doeloe, waar men zijn zakenrelaties uit het buitenland een rijsttafel laat voorzetten, niet in Soenda Kepala, piepklein en met lieve mensen van het eiland Soenda, niet bij Meghna, waar lome Hindoes je de tandoori chicken brengen, niet in The Golden Temple waar Sikhs voor je koken en het eten vol zit met ‘good karma’, niet in het heerlijk lawaaiige Pata Negra, maar bij Sluizer. Het eten is er gewoon maar goed en het staat snel op tafel. Hoewel het er niet op lijkt, doet het me altijd denken aan Chartier in Parijs, waar je net zulke snelle en professionele obers hebt en net zo’n sappige keuken. Tientallen keren heb ik er gegeten en het bevalt me nog steeds. Naar Sluizer dus. Maar eerst moet ik hollen om voor sluitingstijd mijn aardewerken schaal en boeket op te halen. De zon daalt en werpt al lange schaduwen, in de verte glanzen de glasgevels van de Nederlandse Bank. De cafés en terrassen zitten vol. Ik zie veel mooie mensen. Of verzin ik dat maar? Ik ben domweg gelukkig in de Utrechtsestraat.

- Oek de Jong

 
 
© NLstreets | Sitemap