Terug naar overzicht
Ilse Horck, schoenen- en
tassenontwerpster br>
‘Ik heb het voordeel dat ik niet uit een schoenenfamilie
kom, zoals veel mensen die in de schoenen zitten. Daardoor kan ik
lekker onorthodox ontwerpen, zonder de last van tradities en conventies.
Steeds weer stel ik mezelf de vraag: ‘Hoe ver kun je gaan
in het ongebruikelijke? Hoe geef ik een nieuwe collectie meerwaarde?’
Tegelijkertijd is mijn bedrijf Kop en Staart heel Hollands. Mijn
schoenen, laarzen en tassen kenmerken zich door een zekere eenvoud,
met een licht sportieve inslag. Het moet allemaal puur zijn. Ik
ga altijd weer uit van het wezen van een schoen of een tas, van
het archetype. Een schoen is een schoen en een tas is een tas. En
ze moeten er niet alleen aan je voeten mooi uitzien. Ook als zelfstandig
object, in onze showroom of in de winkels, moeten ze aantrekkelijk
ogen. Letterlijk!’
Ilse Horck is een gepassioneerd ontwerpster en een gedreven vertelster.
Haar ontwerpen zijn zeer draagbaar, maar worden ook wel omschreven
als toegepaste kunst. Haar creaties zijn dan ook steeds vaker te
zien op tentoonstellingen over vormgeving en toegepaste kunst. Nadat
zij in ’95, al tijdens haar studie aan de
Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem, de internationale Crespi Award
won, brak zij in ’98 definitief door met haar ‘Signatuur
in rood’, de eerste en geheel in rood uitgevoerde collectie
van Kop en Staart, haar bedrijf. Inmiddels is zij een van de bekendste
schoenen- en tassenontwerpsters van Nederland. Al vanaf het moment
dat Antonia by Yvette in de Gasthuismolensteeg in Amsterdam haar
deuren opende, zijn de creaties van Kop en Staart, samen met die
van andere, gerenommeerde Nederlandse designers, hier te bewonderen
en te koop.
Verlengstuk van je lichaam
‘Schoenen zijn fascinerend. Nog meer dan kleding zijn schoenen een verlengstuk van je lichaam. Het is het spanningsveld tussen functie en uiterlijk dat mijn werk zo boeiend maakt. Ze moeten lekker zitten én mooi staan.’ Schoenen ontwerpen voor massaproductie is niets voor Ilse. ‘Dan gaat het alleen maar om omzet maken, met als gevolg een dodelijke concurrentiestrijd. De schoenen die ik ontwerp zijn bedoeld voor mensen die bereid zijn geld uit te geven voor stijl, duurzaamheid, kwaliteit. Schoonheid. Mijn klanten zijn allemaal speciaalzaken. Al onze schoenen gaan door de vormgeving, maar ook door materiaalkeuze, kleurgebruik en het fabricageproces jaren mee. Daarbij moet elk model een zekere meerwaarde bieden. Een voorbeeld? Ach, eigenlijk hebben al mijn ontwerpen wel iets bijzonders. Een goed voorbeeld zijn de schoenen waarbij de zool bestaat uit een combinatie van leer en rubberen vlakjes. Daardoor glijd je er niet op uit als het regent én ze gaan langermee. Daarvoor moest wel een speciale persmal
worden gemaakt. Als je de vlakjes erop zou plakken, loop je ze er weer af en als je ze vast zou stikken zitten er gaatjes in, waardoor ze niet waterdicht zijn. Zo’n aanpak is bij mij eerder regel dan uitzondering.’
Selfmade woman
‘Hoe begín je? Goeie vraag. Ik word regelmatig gebeld door ontwerpers die bijna of net klaar zijn met hun studie, met de vraag of ik ze verder kan helpen. Als je net van de Academie komt, kun je moeilijk naar een uitzendbureau gaan en vragen of ze werk of contacten voor je hebben. Ik leg dan uit dat het een zoektocht is. Dat je je eerst moet afvragen ‘Wat wil ik? Wat
| |
|
 |
"Ook als zelfstandig object, in onze showroom of in de winkels, moeten ze aantrekkelijk ogen. Letterlijk!’." |
| |
|
kan ik?’ Je moet van jezelf uitgaan. Van je eigen kracht. Ik wist al snel dat ik niet voor schoenenketens wilde werken, het middensegment is mij te massaal, te vaag. Daarbij moet je je realiseren dat een groot deel van je werk uit contacten leggen en organiseren bestaat.’
Het zit in de lucht
‘In wezen ben ik altijd aan het ontwerpen, ik ben heel visueel ingesteld.
Of ik nu loop te winkelen, een tijdschrift doorblader, een beurs
bezoek of op reis indrukken opdoe, ik denk altijd: “Kan ik hier
iets mee?”. Als ik dan eenmaal echt ga ontwerpen, in de schetsfase
zeg maar, dan begin ik met orde aan te brengen in de veelheid aan
associatieve beelden in mijn hoofd en in de knipsels uit bladen
en kranten enzovoort, die voor mij liggen. Dan weet ik al welke
richting ik uit wil. Dat mondt uiteindelijk uit in een thema, dat
in de nieuwe collectie tot uiting moet komen. Daarvoor moet je goed
aanvoelen wat er leeft, wat klanten willen, wat eraan zit te komen.
Dat wéét je nooit, maar je vóelt het wel. Het zit in de lucht. Feeling
hebben met de markt is een voorwaarde voor succes. Daarbij ga ik
ook praktisch te werk. Zo houd ik rekening met de reacties op de
vorige collectie. Welke modellen liepen goed en welke niet? Met
andere woorden, wat zijn de do’s en don’ts voor de nieuwe collectie?
Wat het extra spannend maakt, is dat wij altijd een seizoen vooruit
werken. Ik ben nu bezig met de zomercollectie 2006, voor zowel dames-
als kinderschoenen. Ik ben er nog niet helemaal uit, maar ik weet
nu al dat het kleurrijk wordt. Geen primaire kleuren, maar met meer
kleuren erin, mengkleuren, zodat je ze bij verschillende kleding
kunt dragen. Mensen doen in deze tijd langer met hun schoenen, alles
is immers duurder geworden. Qua vormgeving, qua leest, denk ik dat
de schoenen niet zuiver rond worden, ook niet puntig, maar nog een
tijd asymmetrisch blijven. Verder heb ik het idee dat die stoere
cowboylaarzen die nu helemaal hip zijn, nog niet uit beeld verdwijnen.’
Inspiratiebronnen
‘Alles kan mij inspireren, architectuur bijvoorbeeld. Een bepaalde
kleurstelling, ornamenten, maar ook een originele manier waarop
iets geconstrueerd is. Dan denk ik: “O, mooi gedaan! Daar kan ik
iets mee.” Na een minimalistische periode zie je nu in de architectuur
weer allerlei ornamenten verschijnen. Nieuwe ontwikkelingen staan
nooit op zichzelf. Ook het straatbeeld weerspiegelt de tijdgeest.
Natuurlijk, er zijn trendboeken, kleurenboeken, voor kleding, interieur
en noem maar op, maar die gebruik ik meer achteraf, ter controle,
dan voor mijn inspiratie. Verder zit ik eeuwig te bladeren in kranten
en tijdschriften. Ook als ik op websites kijk, let ik altijd op
vormen, kleuren, materialen.Lezen doe ik niet echt, ik scan beelden.
Zo ben ik praktisch gesproken altijd met mijn vak bezig. Voeling
houden met wat er gaande is, dat is mijn werk, mijn vak.’
De zoektocht
‘Na de Academie ben ik stage
gaan lopen. Ervaring opdoen. In mijn geval was dat bij Charles Jourdan,
een hele grote. In Roman-sur-Ysère, een dyllisch
bergdorpje vlakbij de Zwitserse grens, in een streek waar veel grote
Franse schoenenmerk
| |
|
 |
"Je moet van jezelf uitgaan. Van je eigen kracht." |
| |
|
en zijn gevestigd. Na een aantal jaren in binnen-
en buitenland
gewerkt te hebben, vond ik dat het tijd werd voor een eigen collectie.
Ik werkte toen bij Van Dalen, een grote schoenenketen in ons land
en in België, maar ik kwam er al snel achter dat ik dit niet
jaar-in-jaaruit wilde blijven doen. Ik wilde een eigen gezicht krijgen,
naar buiten treden. Daarvoor moest ik meer te weten komen over...
ja, eigenlijk over alles. Over de klanten, de winkels, maar vooral
ook over de materialen en de leveranciers. Dus schreef ik samen
met een vriendin van mij, een hoedenontwerpster, allerlei fabrikanten
aan in Frankrijk, waar zowel veel hoeden- als schoenenfabrieken
zijn, en in Spanje en Portugal. Italië viel af, daar hebben
schoenen niet de sportieve ondertoon waar ik van hou.’ ‘In
de zomer van ’97 zijn wij toen drie weken lang op zoek gegaan
naar de beste fabrikanten en de mooiste leersoorten. In een tot
camper omgebouwd, geblindeerd busje, zodat je niet zag dat we er
ook in sliepen. En dan netjes gekleed met je map tekeningen onder
de arm naar binnen, je verhaal houden, schetsen laten zien en kijken
of je iets voor elkaar kunt betekenen. In Portugal vonden we een
fabrikant waarbij ik dacht: “Dit voelt goed. Met deze mensen
wil ik het proberen.” Tot we de spullen thuisgestuurd kregen
en ons wild schrokken. Het was helemaal niet geworden wat ons voor
ogen stond. Om een voorbeeld te geven: onze ‘bandschoen’
had niet echt een band gekregen die je kon gebruiken, maar om leer
te besparen, hadden ze de band opgerold, met schuimrubber gevuld
en vastgestikt. Het was een ornamentje
geworden, zonder functie. Uiteindelijk hebben we het vliegtuig genomen
en alles met de fabrikant doorgenomen. Dat werkte. Inmiddels ga
ik zelf minimaal twee keer per jaar naar Portugal, maar onze productieassistent
is er continu. Zij gaat dagelijks bij de diverse fabrieken langs
die voor Kop en Staart werken. Zou ze een week overslaan, dan gaat
er geheid van alles mis.’
De doorbraak
Na maandenlang voorbereiden en hard werken, presenteerde Kop en
Staart eind ’97 de eerste
collectie. Een opzienbare collectie, geheel in rood. De reacties
waren ongelooflijk positief. De bestellingen stroomden binnen, zowel
voor de schoenen en laarzen als voor de tassen. Ilse: ‘Zodra
mijn werk bij Van Dalen het even toeliet, sprong ik in mijn autootje
en ging ik alle winkels langs met de collectie. Niet veel later,
toen Van Dalen overgenomen werd door Mexx, ben ik voor mezelf begonnen.’
Nooit in herhaling
‘Ik vind het essentieel dat in mijn werk ontwikkeling zit.
Dat ik niet in herhaling verval. Soms zie ik dat ontwerpers een
bepaalde vondst waarmee ze succes hebben gehad, voortzetten in hun
nieuwe collecties. Daar ben ik allergisch voor, het mag nooit een
maniertje worden. Als ik zou merken dat er geen ontwikkeling meer
in mijn werk zit, dan ga ik iets anders doen. Al zou ik niet weten
wat. Schoenen en tassen ontwerpen is zo spannend, zo opwindend!
Ik zou niet weten wat leuker zou kunnen zijn.’
| |
|
 |
"Het middensegment is mij te massaal, te vaag." |
| |
|