Terug naar overzicht
Jean-Michel Hengge br>
Integriteit is het kernwoord in de omschrijving van het
karakter van patron-cuisinier Jean-Michel Hengge van Restaurant
Muller in
Groningen. Gebrek aan integriteit bij een collega bracht hem ertoe
professioneel in de keuken aan de slag te gaan, net zoals het gebrek
aan respect van een Lekker-inspecteur ertoe heeft geleid dat medewerkers
van dit blad voorlopig niet meer in zijn zaak welkom zijn. ‘Lekker
is het pornoblad van culinair Nederland, schrijf dat maar op!’ Porno
was gelukkig niet het enige onderwerp van ons gesprek. Jean-Michel
Hengge presenteerde zich aan mij als een klassiek Franse chef die
iets van zijn savoir vivre naar Groningen heeft weten mee te nemen.
Zelfgeplukte zeekraal en lamsoor uit de kwelder en in het juiste
seizoen dagelijkse speurtochten naar de paddenstoelen van Drente.
Hengge weet zijn gasten te verrassen met dingen waarvan de meeste
Nederlanders
niet eens weten dat ze in ons land mogelijk zijn.
Opgegroeid in de Elzas
Zoals je dat hoopt van iedere Franse kok
bracht Jean-Michel Hengge zijn jeugd door op een boerderij in de
Elzas. Koeien, paarden, konijnen en kalkoenen, alles was te vinden
op het terrein van de familie Hengge. Oma Mémé stond
standaard in de keuken en kookte voor het hele gezin, bestaande
uit acht personen. ‘ Zoiets mag je eigenlijk niet zeggen,
maar om eerlijk te zijn was ik toch wel de lieveling van Oma.’ Jean-Michel
keek dan ook altijd mee over de schouder van Mémé wanneer
zij de familiemaaltijden bereidde. ‘Ik was altijd in de keuken.’ Toch
was het aanvankelijk zeker niet de bedoeling dat hij van koken
zijn beroep zou maken. Die omslag ontstond geheel spontaan. ‘ In
de zomer voorafgaand aan mijn geplande studie had ik een bijbaan
in een restaurant in Zwitserland. Mijn broer werkte er ook.’ Jean-Michel
deed het kleine werk: fl essen sjouwen, tafels dekken. Het zou
eigenlijk maar voor een paar weken zijn. Hierin kwam verandering
toen de chefkok zijn machtspositie, precies in het hoogseizoen,
besloot te misbruiken. De chef zei tegen de eigenaar van het restaurant, ‘loonsverhoging,
of ik stop ermee.’ De eigenaar koos voor de laatste optie
en stuurde de kok per direct naar huis, om zich pas later af te
vragen hoe de plotselinge vacature kon worden ingevuld. Hij besloot
de hulp in te roepen van broekie Jean-Michel. ‘Maar meneer,
ik kan helemaal niet koken!’ was zijn eerste reactie. Hengge
besloot niet verder tegen te stribbelen. Nu zegt hij erover: ‘Ik
kan absoluut niet tegen chantage, als iemand aan mijn integriteit
komt dan is er een probleem.’ Met dat ‘probleem’ zit
Groningen ook nu nog opgescheept: het enige restaurant met een
Michelinster in de stad.
Een harmonieus smaakgeheugen
Volgens Hengge zit het geheim van
een chef in zijn gevoel voor en kennis van smaken en geuren. Dat
geheugen is zijn instrument, precies naar de geest van Mémé.
Zij vertelde hem over ‘ de harmonie in de natuur, en d
| |
|
 |
"Koeien, paarden, konijnen en
kalkoenen, alles was te vinden op het terrein van de familie Hengge." |
| |
|
at,
wanneer je die harmonie respecteert, koken eigenlijk heel eenvoudig
is.’ Zijn gevoel voor harmonie leerde hij in Zwitserland
verder ontwikkelen. Hij benadrukt ook dat je alleen goed kunt koken
als het ‘emotioneel goed zit, je je goed voelt, pas dan kun
je presteren, het moet voortkomen uit jezelf.’ Zo gezegd
lijkt het of karma de kwaliteit van Hengges gerechten bepaalt. ‘Gevoel’ is
toch al een belangrijke drijfveer in zijn leven. Toen hij in Zwitserland
verliefde werd op een Gronings meisje was zijn keuze snel gemaakt,
hij ging met haar mee. ‘Zij moest studeren in Groningen,
ik kon ook in Nederland als kok aan de slag.’ Hij kwam, enigszins
uit de buurt van Groningen, terecht in Zuid- Laren bij restaurant ‘Les
Quatre Saisons’ van Jos Boomgaardt. Vele jaren later leerde
hij daar een duo kennen dat de koers van zijn verdere culinaire
leven drastisch zou beïnvloeden.
Restaurant Muller en Groningen
Jacques Muller en Frank Verbeek
raakten bij ‘Les Quatre Saisons’ dusdanig onder de
indruk van Hengges kookkunst dat zij hem probeerden over te halen
bij hun nieuw te beginnen restaurant in Groningen, Muller, aan
de slag te gaan. Hij accepteerde de uitnodiging, dat mag inmiddels
duidelijk zijn. Muller en Verbeek zijn, zo lijkt het, de ‘godfathers’ van
de Groningse hotel- en restaurantwereld. Zo zijn ze, naast het
in 1992 aan Hengge overgedragen Muller, tevens verantwoordelijk
voor het met een bib gourmand bekroonde restaurant ‘de Pauw’ en,
meer recent, het ‘Hotel De Ville’. Jean-Michel spreekt
dan ook met groot respect over deze mannen. ‘Ze hebben een
enorm instinct voor wat mooi is, ze hebben smaak, zowel qua decor,
als qua gerechten en wijn.’ Hij wijst meer Groningers aan
die hun steentje hebben bijgedragen aan de volwassenwording van
de stad. Kees van Twist van het Groninger Museum, maar vooral ook
burgemeester Jacques Wallage, gezamenlijk hebben al deze mannen
er, volgens Hengge, voor gezorgd dat ‘ Groningen niet meer
ligt in het verlegen hoekje van Nederland. Groningen loopt niet
meer op twee klompen, nog slechts op éé n!’ Het
is mooi om te zien dat een onmiskenbare Fransman als Hengge met
overtuiging kan spreken over de staat van zijn stad Groningen.
Hij lijkt haast trotser op Groningen dan op zijn eigen restaurant.
Hij zegt het ook bijna, ‘waar ik trots op ben zijn mijn vaste
klanten, zij die blijven komen.’ En in reactie op het idee
van het ‘saaie’ Groningen, ‘overal in de wereld
is het niks, maar overal in de wereld kun je het maken.’
Persoonlijk contact en respect
Jean-Michel maakt het in Groningen. ‘Mijn
lamsoor, mijn zeekraal en de wilde cantharellen uit Drente, het
zijn allemaal kwaliteiten die je niet kunt kopen.’ En inderdaad,
waarschijnlijk komen maar weinig Nederlanders op het idee om in
het bos op zoek te gaan naar cantharellen. Om de dag gaat hij in
de herfst op pad voor de paddenstoelen. R
| |
|
 |
"Restaurant Muller" |
| |
|
17;s Zomers is hij
iedere dag onderweg, de ene dag voor lamsoor en zeekraal de andere
dag naar Drente. Op deze wijze is hij onlosmakelijk verbonden met
zijn restaurant, de zaak gaat niet open zonder zijn aanwezigheid.
Persoonlijk contact is verschrikkelijk belangrijk vindt hij. ‘Als
de groothandel mij per computer wil laten bestellen, prima! Maar
dan zijn ze me wel als klant kwijt. Als het nodig is wil ik de
mensen kunnen uitschelden.’ Soortgelijk is de relatie met
zijn gasten, ‘zij zijn blij, als ik blij ben.’ De mensen
die alleen maar komen vanwege de Michelinster mogen zo weer rechtsomkeert
maken. ‘Zij weten niets van de ziel waar je mee werkt.’ Dat
is ook de reden dat hij zich zo beledigd heeft gevoeld door de
man van Lekker die hem in het blad aansprak op een vermeend gebrek
aan gastvrijheid. Volgens Hengge had de man geen respect voor zijn
producten en was de inspecteur duidelijk gemaakt niet welkom te
zijn in restaurant Muller. Toch kwam hij onder een valse naam binnen,
en dat had de man beter niet kunnen doen. ‘Mijn hele leven
en zelfs als ik dood ben zal die man mijn zaak niet meer inkomen.’ In
het algemeen stoort hij zich aan de overvloed aan culinaire gidsen
waar Nederland mee wordt overspoeld. ‘Iedereen denkt nu dat
het makkelijk is om een gids uit te geven, daar word je niet goed
van, je wordt vogelvrij verklaard!’ Het wil niet zeggen dat
hij niet blij is met zijn ster in de Guide Rouge van Michelin.
Hij vertelt over de dag in 1995 dat het hem werd meegedeeld door
zijn goede vriend Pieter Taselaar. “Pieter belde, ‘heb
je genoeg champagne?’ ik zei ‘Hoeveel heb je nodig?’. ‘Jean-Michel,
er is een ster gevallen in Groningen’. Ik begreep niet waar
Pieter het over had, toen zei hij, ‘bij jou!’ Als een
klein kind heb ik gehuild.”
Hoe verder…
Jean-Michel Hengge wil graag dat het speciaal
blijft om in Restaurant Muller aan te schuiven. ‘Ik heb liever
dat mensen sparen om een keer te komen eten en dan echt genieten,
dan dat mijn restaurant een kantine voor de rijken wordt. Als dat
gebeurt, dan stop ik er mee!’ Onder die voorwaarde is hij
bereid achter het fornuis te sterven. Wellicht zou hij nog eens
de koksopleiding in Nederland kunnen aanpakken. Hij vindt het belachelijk
dat hij, alleen omdat hij niet betaalt voor een leermeester-certifi
caat, niet de kans krijgt zijn ‘smaakgeheugen’ over
te dragen aan een nieuwe generatie leerling-koks. ‘ Zolang
de mensen op school werken met blikvoedsel, leid je geen koks op.
Ze hebben misschien wel de ambitie, maar simpelweg niet de kennis
om zich te ontwikkelen.’ Het is inderdaad vreemd dat een
kok als Hengge, al was het alleen maar vanwege zijn ster, geen
leerlingen in dienst kan nemen. Gelukkig werden aan zijn Mémé niet
dezelfde eisen opgelegd. ‘Morgenochtend om half acht ben
ik weer in het bos voor mijn paddenstoelen. Dat zijn mijn momenten
van ontspanning.’
| |
|
 |
"#" |
| |
|