Terug naar overzicht
Architectuur in Utrecht br>
Aan spraakmakende architectuur en stedenbouw heeft Utrecht
eigenlijk nooit gebrek gehad. Neem alleen al de beroemde Dom, die
na eeuwen nog iedere voorbijganger imponeert. Of het gebied rond
het station, waarvan de ontwikkeling zoveel ophef heeft veroorzaakt
dat spraakmakend niet meer het juiste woord is. In de jaren tachtig
ontstond in de Uithof, onder leiding van Rem Koolhaas’ OMA, een
campus die zich inmiddels de bijnaam ‘staalkaart van de Nederlandse
architectuur’ heeft verworven en waar nog steeds wordt gebouwd.
Binnenkort wordt de nieuwe universiteitsbibliotheek (UBU) geopend,
een ontwerp van Wiel Arets.
Vijf eeuwen geschiedenis
Er zijn gemakkelijk nog meer voorbeelden te verzinnen, zelfs zonder
de ‘gewone’ sporen die het rijke verleden van Utrecht
heeft achtergelaten erbij te betrekken. Die zie je al in een enkel
rondje om de Dom: binnen tien minuten trekken vijf eeuwen architectuurgeschiedenis
voorbij. Formele baksteen, Art Nouveau, classicisme, barok, het
is er allemaal. Op de bijna groteske schaal van de Dom of in de
details bij een winkelentree, soms met monumentale strengheid en
soms met uitgesproken frivoliteit. Deze variatie vind je door bijna
de hele binnenstad van Utrecht, met als hoogst toepasselijk middelpunt
het stadhuis dat al die eeuwen en uiteenlopende stijlen in zich
lijkt te bergen. Met een knipoog, zelfs.
Contrasten en eenheid
Nieuw is ook niet helemaal het juiste woord. Het stadhuis van Utrecht
is tegelijkertijd nieuw en oud en daarmee houden de contrasten niet
op. Aan de buitenkant lijkt het gebouw verstoppertje te spelen.
Nieuwe delen groeien uit en dóór stokoude stukken,
soms is het gebouw bijna onzichtbaar en soms is het dominant. Ook
binnen zetten de tegenstellingen en verrassingen zich door. Complete
buitengevels zijn binnenwanden geworden, hele gebouwen zelfs lijken
opgeslokt, een trap wekt de indruk in het niets te verdwijnen. Op
sommige plekken, zowel binnen als buiten, is het net alsof je in
een tekening van
Escher staat. Dit verbazende gebouw is een ontwerp van de Spaanse
architect
Enric Miralles. Toen hij begon was het stadhuis een bonte verzameling
min of meer losse gebouwen. Restanten van de huizen Lichtenberg
en Hasenberg uit de twaalfde en dertiende eeuw, een zeventiende-eeuwse
renaissancegevel en een compleet neoclassicistisch stadhuis uit
de negentiende eeuw. De invoering van de burgerlijke stand kon toen
ook niet ongemerkt aan Utrecht voorbijgaan. Dan waren er nog aanbouwen
en uitbreidingen uit de jaren veertig, toen de gemeentelijke diensten
opnieuw werden gecentraliseerd. Miralles kreeg de opdrach
| |
|
 |
"Stadhuis van Utrecht" |
| |
|
t eenheid
in verscheidenheid aan te brengen, maar met het behoud van monumentale
delen.
Afleesbare geschiedenis
Het resultaat mag verbluffend genoemd worden. Miralles verplaatste
de hoofdingang van de Oudegracht naar de Ganzemarkt en richtte het
plein opnieuw in. Vanuit bijna iedere hoek is te zien met hoeveel
aandacht voor detail en precisie Miralles werkte. De manier waarop
oud en nieuw bij elkaar komen laat de eenheid zien, maar de afwisseling
is zo groot dat je op het eerste gezicht het stadhuis nog steeds
een verzameling losse gebouwen zou kunnen noemen. De neoclassicistische
façade staat nog streng Grieks te zijn aan de Stadhuisbrug
en om de hoek lijkt ook alles bij het oude gebleven. Maar opeens
is er nieuw staal langs zeventiendeeeuwse muren, de middeleeuwen
liggen daar weer naast en nog even verder zweeft een nieuwe erker
boven een net iets minder moderne trap, die blijkbaar ooit naar
een deur leidde. Nog een keer de hoek om en je kijkt naar een nieuwe
gevel aan een
nieuw plein. De oude delen die tussen het nieuwe zitten en zelfs
die er ingelijst voor hangen zie je dan pas. De geschiedenis moet
afl eesbaar zijn, zei Miralles zelf.
Ooit een doolhof
Het feest gaat binnen onverminderd door. Een buitenmuur is niet
alleen binnenwand geworden maar ook een prikbord vol schilderijen.
Erachter ligt als Jonas in de walvis de Grote Hal die op twaalfde-eeuwse
fundamenten staat. Verderop heeft de Grote Trouwzaal een schitterende
inrichting uit de jaren dertig van de vorige eeuw. De Kleine Trouwzaal,
zelf een van de oudste delen van het stadhuis, is ingericht door
het Centraal Museum naar ontwerp van Jurgen Bey. In de raadzaal
vind je dan nog werk van Wim T. Schippers. Miralles blijf je overal
zien, in grote dingen als de manier waarop de Grote Hal aangepast
is tot in kleine dingen als een kast, in de zichtbare overgangen
tussen de oude panden en in de ruimtelijkheid van het gebouw dat
vroeger een doolhof geweest moet zijn. Miralles zelf heeft de opening
van het stadhuis niet mogen meemaken, hij overleed in juli 2000.
Hij had toen nog een ander spectaculair project opgestart: de nieuwbouw
van Holyrood, het parlementsgebouw van Schotland. Dit werd geopend
in september 2004 en trok in de eerste negen weken meer dan honderdduizend
bezoekers. Iets dichterbij huis kunt u ook het werk van Miralles
bewonderen: kom naar Utrecht en verbaas u.
Actief betrokken
Wilt u meer, dan is het Architectuurcentrum Aorta een goed adres.
Opgericht in 1996 bevinden zich in deze stichting architecten, bouwers
en overheden aan dezelfde tafel. Het doel is informatie te leveren
| |
|
 |
"#" |
| |
|
over architectuur en stedenbouw in Utrecht, zowel aan het publiek
(ook aan kinderen!) als aan professioneel betrokkenen, om zo de
‘discussie over de gebouwde omgeving te stimuleren’.
In de praktijk betekent dit dat u er terechtkunt voor een groot
aantal verschillende activiteiten die betrekking hebben op bouwen
in de stad Utrecht. In het gebouw van Aorta zelf, pal achter de
Dom, is een bibliotheek en er zijn regelmatig tentoonstellingen
en lezingen. Zoals over Bredero’s Bouwbedrijf, tientallen
jaren het toonaangevende aannemingsbedrijf van Nederland en verantwoordelijk
voor de introductie van het begrip projectontwikkeling in Europa.
Toen hadden ze al het Sydney Opera House gebouwd, en Hoog-Catharijne
zou nog volgen. Een bouwbedrijf met een grote betekenis voor Nederland
waarover ook een boek is
gepubliceerd. In mei is het project van start gegaan rond de Limes,
de Romeinse
grens die door Utrecht liep. Zowel in de stad als daarbuiten wil
men die nu vrijwel onzichtbare grens weer laten zien. Daarvoor is
mede door Aorta een ontwerpwedstrijd gerealiseerd. Daarnaast organiseert
Aorta in de zomermaanden een groot aantal rondleidingen langs en
door Utrechtse gebouwen. Inschrijven is aan te raden.
Enric Miralles (1955-2000)
Enric Miralles werd geboren in Barcelona en was sinds 1978 architect.
Hij had samen met zijn Italiaanse vrouw een architectenbureau. Hij
was een snel rijzende ster onder de Spaanse architecten. Zijn doorbraak
realiseerde hij onder zijn vakgenoten met de begraafplaats bij het
Spaanse Igualada. Deze prachtige begraafplaats is op een schitterende
manier in het landschap opgenomen. Het is tevens de plek waar hij
ook zelf is begraven. Na dat ontwerp kreeg hij andere – veelal
eervolle – opdrachten, zoals het opnieuw inrichten van de
promenade van Reus. Dit is de geboorteplaats van Gaudi – dé
architect van Barcelona. Ook mocht
hij twee stadions voor de Olympische Spelen ontwerpen in zijn geboortestad
en een sportcentrum in Alicante. Bij Miralles was de scheidslijn
tussen kunst en architectuur niet altijd even duidelijk. Zelf vond
hij dit onbelangrijk. Net als hij het niet van belang vond om als
architect een al te nadrukkelijke invloed op een bestaand stadsbeeld
uit te oefenen. Zeker niet als het om een oude stad gaat. Behalve
architect was Miralles docent aan de School voor Architectuur in
Barcelona, gaf hij masterclasses aan de Stadelschule in Frankfurt
en gastcolleges op vele universiteiten in Europa. In 1996 won hij
de Gouden Leeuw van de architectuur Biënnale van Venetië
en de eerste Nationale Architectuurprijs van Spanje.