Terug naar overzicht
Joos Clijsen br>
Niemand weet wat kunst is, maar we weten allemaal wat
kunst aanricht: herkenning en vervreemding, een emotie
die begint waar de realiteit wordt vervangen door de verbeelding.
Dieren maken geen kunst. De natuur maakt geen
kunst. Kunst is mensenwerk. En de tijd draait alles om.
Portret van een monumentale Haarlemse kunstenares.
Ieder die zich wel eens buiten de deur waagt, heeft ze gezien.
Grote, monumentale, in het landschap liggende objecten van
leem, steen, lood, gedroogde aarde. Ze reiken tot hoog in de
hemel. Soms liggen ze in het schemerlicht onder de gewelven
van een kerk, dan weer zijn ze zichtbaar in een stationshal, of
verborgen in een hofje, een park, een raadhuis, een kasteel, een
fabriek. Ze hebben de vorm van een omgekeerde poort, een boog,
een kist, een uitgestorven beest. Ze dragen een boodschap uit,
maar geen moraal.
Het heeft ook iets met tijd te maken: een wereld die miljoenen
jaren geleden bestond, of had kunnen bestaan. Wat bedoelt de
kunstenaar? Onbelangrijke vraag, het gaat om wat daar staat of
ligt en verwondering oproept. Het gaat om vragen. De antwoorden
mag iedereen zelf verzinnen.
De kans is groot dat het object een kunstwerk is van de Haarlemse
beeldhouwster en kunstenaar Joos Clijsen. Wie ooit een object
van haar heeft gezien, herkent de stijl altijd. Dan blijft er nog
mysterie genoeg over. De Clijsen-monumenten buiten Haarlem
zijn tijdelijke installaties die doorgaans na verloop van een
bepaalde periode worden afgebroken. Ze zijn onder meer te
zien geweest in Den Haag, Heerlen, Alkmaar, Amstelveen,
Apeldoorn, Deventer, Heemstede, door heel Noord-Holland en
zelfs in Berlijn.
Het leven omgekeerd
Joos Clijsen houdt zich bezig met vergankelijkheid. Die probeert
ze te ontrukken aan de tijd, of een nieuwe plaats te geven.
Zo is ze tijdenlang geobsedeerd geweest door een uitgestorven
diersoort, minimale geleedpotige weke insectachtigen met
ronde, geribde vleugeltjes, de Leanchoiliae.
Ze waren er ver voor de mens, in het Cambrium Tijdperk bijna
600 miljoen jaar geleden. Honderdvijftig versteende, tot reuzen
uitgegroeide beestjes marcheren in gelid over het veld van
kasteel het Nijenhuis in Heino, maar ook in haar overwoekerde
tuin aan het Haarlemse Ripperdapark.
Joos heeft ze teruggeroepen. Ze bestaan weer. Prehistorie en
toekomst, heden en nooit, ze kantelt de tijd alsof het een te
bewerken brok graniet is, op zoek naar een eigen vorm. Het is de
paradox van de tijd die haar telkens tot nieuwe thema’s voert.
Paradoxen inspireren haar. Een van haar werken uit 2003 is een
voorstelling van doodskisten. Het is een allegorie in 3 fasen. Ze
noemt het werk Apocalyps. ‘Voor mij betekent Apocalyps niet
het einde van de wereld, maar onthulling. Het is geëxposeerd in
de Haarlemse Grote Kerk. Er is geluid bij en bewegend beeld. In
de eerste fase
| |
|
 |
"Wie ooit een object van haar heeft gezien, herkent de stijl altijd. Dan blijft er nog mysterie genoeg over.." |
| |
|
zijn de kisten gesloten. Dat is de dood. Dan worden
de deksels met ijzeren takels omhoog gesjord, je zou dat een
opening naar nieuw leven kunnen noemen. In de slotfase liggen
de kisten open. Het is precies het omgekeerde van wat wij beleven:
wij gaan van het leven naar de dood, niet omgekeerd.’
Op de N201 van Haarlem naar Hoofddorp ziet de automobilist
langs de weg een merkwaardige gigantische stenen druppel op
een vierhoekige schuine constructie. Joos noemt dat Versteend
Water. Het is een herinnering, of wie weet een toekomstbeeld van
de Haarlemmermeer en het water dat de Lage Landen verdronk
en omspoelde. Het water is nu steen geworden. De rondingen
suggereren de cycli van de natuur.
‘Natuur, aarde, eeuwigheid, paradox, verwondering. Op de A50
tussen Arnhem en Apeldoorn liggen twee reusachtige voorwerpen
in de vorm van een kom. Ze zoeken de hemel af, maar
zijn geworteld in de grond.’
Lood, leem en blauw
In de Deventerse Bergkerk heeft de aarde gestalte gekregen
als een rij gesloten massieve gewelven van leem. Al die vormen
worden thuis getekend, of voorverwerkt als enorme tekeningen
en schetsen. De materialen waarmee ze het meest heeft
gewerkt zijn lood en leem, met als kleur het blauw. Ze is ook
niet bang voor hout met druipend teer.
Tegenstellingen inspireren haar. In Neuenhaus, Duitsland, staat
das Alte Rathaus. Dat heeft ze op zijn kop neergezet in het
huis Ripperdapark 12. Maar ze verhuist ook van Haarlem
naar andere oorden. Het Retiradegebouwtje van perron 1 van
het Haarlemse station, genaamd De Denker (naar het beeld
van Rodin) heeft ze geplaatst in het Overijsselse Delden.
Zelf is Joos Clijsen ook een paradox. Ze begon laat, pas in
1983, na haar opleiding aan de Rietveld Academie. In die tussentijd
is ze moeder, weduwe en grootmoeder geworden. In het
atelier staat dan ook altijd een box voor de nieuwe baby. Haar
kunstwerken zijn vaak gigantisch en trotseren de jaren. Maar
ze heeft niet veel tijd meer. Ze accepteert het vonnis: borstkanker
met uitzaaiingen. Het remt haar creativiteit niet.
Tijd, toeval en het toeval mens
‘Ik heb zoveel tijd niet meer, maar ik houd niet op.’ Ze vertelt
over kunstenaars die allang gestorven en door de massa vergeten
zijn, maar hun werk is al meer dan 60 jaar gemeengoed en,
in zekere zin, levender dan ooit. De naderende dood schrikt
haar niet af. Zo speelt ze, voorlopig vooral in haar hoofd, met
een dubbelmonument, Empty Boxes genaamd die ooit in het
Haarlemse Teylers Hofje kunnen worden geplant, met uitzicht
op het stromende Spaarne.
Een inspiratiebron voor haar is de paleontoloog Stephen Jay
Gould die in 1989 het boek Wonderful Life schreef en ook een
van de evolutiefilosofen was die in het VPRO-programma Een
Schitterend Ongeluk optraden.
Gould heeft het over toeval en evolutie. Alles is in beweging.
De Leonchoilia bijvoorbeeld is allang verdwenen, maar hij
heeft z
| |
|
 |
"Ik heb zoveel tijd niet meer, maar ik houd niet op." |
| |
|
ich ontwikkeld via een opvolger, Picaia gracilens tot een
voor-gewerveld dier waaruit ten slotte de mens ontstond. ‘Niet het product van een Goddelijke Schepper, want die
doet niet mee, en er is ook geen Intelligent Design
(ID) dat tegenwoordig zo in de mode is bij de
Amerikanen en in ons eigen kabinet. Er is geen planning,
alleen maar toeval.’
Het voorlopige hoogtepunt en een Schitterend Toeval
op zich is de mens. Het had net zo goed andersom
kunnen zijn. We hadden intelligent geboren kunnen
zijn en verder geëvolueerd tot een prehistorisch
kreeftbeestje met het lichaam van een kwal.
En wat doet kunst in die theorie? ‘Kunst is ook een
Schitterend Toeval. De mens is niet meer dan een tussentijds
product in een chaotische, willekeurige tijd.
Alleen de tijd bestaat. De tijd is geen rechte lijn, maar
een beweging van cirkels en lussen.’ Naar die tijd kijkt
Clijsen met een niet aflatende verwondering.
Omdraaien
Andersom, dat is een sleutelwoord in het werk van
Joos Clijsen. Omdraaien, het vanzelfsprekende ter discussie
stellen. Vanuit dat thema heeft ze veel werken
gemaakt die tijdelijk werden geëxposeerd en daarna
in onderdelen geparkeerd in haar huis. In Noord-
Frankrijk bijvoorbeeld, liggen de elementen van een
ironisch vrouwenmonument, genaamd Sign of Venus.
‘Het Venusteken wordt in de biologie gebruikt om
aan te geven dat het om een vrouwtje gaat. Het is
een cirkel met daarboven een kruis. Sommigen
denken dat het een handspiegeltje voorstelt, typisch
voor het vooroordeel van wat een vrouw moet zijn.
Het mannenteken is een soort speer met schild. Ook
hiervan is de boodschap overduidelijk.’
Wat doet Joos met zo’n symbool? Ze draait het om.
Haar inspiratiebron is een bloedige veldslag, een
paar honderd jaar geleden gevoerd tegen de bisschop
van Munster, die nogal wreed te keer ging, kinderen
afslachtte, mannen doorboorde en vrouwen
verbrandde. Dat alles om meer grond te krijgen. ‘De
bisschop trok op met manschappen die grote paarden
bereden. Wat deden de Twentse vrouwen? Ze
stuurden hitsige merries naar de hengsten, die meteen
achter de wijfjes aangingen en de bisschoppelijke
slagorde verstoorden. Toen grepen de vrouwen
zelf maar naar de wapenen en richtten een slachting
onder het mansvolk aan.’
Met dat gegeven ging Clijsen aan de slag. Voor het
‘spiegeltje’ gebruikte ze manshoge tractorbanden en
daarop werden de kruisen gemonteerd. De vrouwentekens
werden naast elkaar geplaatst in een steeds
veranderende hoogte van de kruisen. De eerste leken
nog op handspiegels, maar gaandeweg werden de
kruisen als de lopen van kanonnen gedraaid en tenslotte
ontstond een illusie van tanks.
Ze tilt niet zo zwaar aan de symboliek. De werkelijkheid
een ander licht meegeven. Monumenten van
verwondering oprichten. Niet praten, maar scheppen,
doen. Künstler, bilde, rede nicht, zei Goethe al. Een
mens moet werken. En zich verwonderen.
| |
|
 |
"Alleen de tijd bestaat. De tijd is geen rechte lijn, maar een beweging van cirkels en lussen." |
| |
|